|
|
|
STATUTEN
| |
goedgekeurd op de
Algemene Ledenvergadering van 3 december 1998 |
|
| |
verleden
door de notaris op 3 februari 1999
|
|
| Artikel 1 |
Naam De vereniging draagt de naam:
Tuinvereniging Het Zonneveld.
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
| Artikel 2 |
Zetel De vereniging is gevestigd te
Leiden.
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
| Artikel 3 |
Duur De vereniging is opgericht op 12
maart 1942 en is aangegaan voor onbepaalde tijd.
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
| Artikel 4 |
Doel 1. De vereniging heeft ten doel
het uitoefenen en bevorderen van het tuinieren als
amateur; de nadruk ligt hierbij op het telen van groenten
en fruit.
2. De vereniging tracht
dit doel te bereiken door:
- het trachten te
verkrijgen van geschikte terreinen bestemd voor
volkstuinen, bij voorkeur met een permanent
karakter;
- het beheren van
het volkstuincomplex gelegen aan de
Nachtegaallaan te Leiden;
- het bevorderen van
milieuvriendelijk tuinieren;
- het geven van
voorlichting en het organiseren van activiteiten,
die het tuinieren als amateur betreffen;
- het samenwerken
met gelijkgerichte verenigingen, ook in andere
gemeenten.
3. Ter ondersteuning
van de activiteiten vermeld in lid 2 a tot en met e van
dit artikel kan de vereniging lid zijn van voormeld doel
ondersteunende (overkoepelende) organisaties.
|
|
|
|
| Naar begin |
| |
|
|
|
|
| |
II. Lidmaatschap
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
| Artikel 5 |
Leden, kandidaatleden, leden van
verdienste, ereleden, donateurs 1. Als lid kunnen worden
toegelaten meerderjarige natuurlijke personen, aan wie
naar het oordeel van het bestuur een tuin als in lid 2
bedoeld in gebruik kan worden gegeven.
2. Ieder lid heeft
recht op het gebruik van een door het bestuur aan hem aan
te wijzen volkstuin.
3. Als kandidaatlid
kunnen worden toegelaten meerderjarige natuurlijke
personen die schriftelijk te kennen hebben gegeven een
tuin als in lid 2 bedoeld in gebruik te willen nemen,
maar voor wie nog geen tuin beschikbaar is.
4. Tot lid van
verdienste kunnen worden benoemd leden die zich voor de
vereniging bijzonder verdienstelijk hebben gemaakt.
5. Tot erelid kunnen
worden benoemd meerderjarige natuurlijke personen die
zich voor de vereniging bijzonder verdienstelijk hebben
gemaakt en die geen lid van de vereniging zijn.
6. Donateurs zijn
natuurlijke- en rechtspersonen die de vereniging steunen
met een jaarlijkse bijdrage, waarvan de minimale grootte
door de algemene ledenvergadering wordt vastgesteld,
zonder dat daaruit enige verplichting voortvloeit voor de
vereniging.
7. Slechts leden als
bedoeld in lid 1 van dit artikel zijn leden in de zin van
de wet.
|
|
|
|
| Naar begin |
| |
|
|
|
|
| Artikel 6 |
Toelating 1. Het bestuur beslist omtrent
de toelating van leden en/of kandidaatleden.
2. Indien het bestuur
negatief beslist omtrent de toelating van een lid of
kandidaatlid, kan de algemene vergadering alsnog tot
toelating besluiten.
3. Ereleden en leden
van verdienste worden benoemd door de algemene
vergadering op voordracht van het bestuur. De algemene
vergadering kan op voordracht van het bestuur een
erelidmaatschap of een lidmaatschap van verdienste
ontnemen.
|
|
|
|
| Naar begin |
| |
|
|
|
|
| Artikel 7 |
Aanvang lidmaatschap 1. Het lidmaatschap vangt aan
bij de toetreding tot de vereniging.
2. Het moment van
toetreding moet blijken uit een door het bestuur
schriftelijk verstrekte kennisgeving van toelating;
toetreding is niet eerder mogelijk dan na ondertekening
van een huurovereenkomst voor de huur van een tuin.
|
|
|
|
| Naar begin |
| |
|
|
|
|
| Artikel 8 |
Einde lidmaatschap
1. Het lidmaatschap
eindigt:
- door opzegging
door het lid;
- door opzegging
namens de vereniging;
- door ontzetting;
- door overlijden
van het lid.
2. Bij overlijden kan
het lidmaatschap desgewenst overgaan op diegene met wie
het lid een gemeenschappelijke huishouding voerde, mits
aan het bepaalde in artikel 5 lid 1 wordt voldaan.
3. Opzegging door het
lid kan tegen het einde van het verenigingsjaar en met
inachtneming van een opzegtermijn van twee maanden
schriftelijk geschieden aan het bestuur.
In bijzondere gevallen
kan het bestuur ten gunste van het lid hiervan afwijken.
4. Opzegging namens de
vereniging kan geschieden, mits met goedkeuring van de
algemene vergadering, tegen het einde van het
verenigingsjaar schriftelijk met een opzegtermijn van
twee maanden en mits schriftelijk door het bestuur aan
het lid bekend gemaakt wanneer:
- een lid heeft
opgehouden aan de vereisten door de statuten voor
het lidmaatschap gesteld, te voldoen, en
- wanneer
redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan
worden het lidmaatschap te laten voortduren.
5. Een lid kan met
onmiddellijke ingang zijn lidmaatschap opzeggen:
- indien
redelijkerwijs van het lid niet gevergd kan
worden het lidmaatschap te laten voortduren, ˘f
- binnen een maand
nadat een besluit, waarbij zijn rechten zijn
beperkt of zijn verplichtingen zijn verzwaard,
hem bekend is geworden of hem is meegedeeld,
(behalve indien het betreft wijziging van
geldelijke rechten en/of verplichtingen) ˘f
- binnen een maand
nadat hem een besluit is meegedeeld tot omzetting
van de vereniging in een andere rechtsvorm of tot
fusie.
6. Ontzetting kan
worden uitgesproken door het bestuur wanneer een lid:
- handelt in strijd
met de statuten, reglementen of besluiten van de
vereniging of
- de vereniging
opzettelijk benadeelt.
7. Het bestuur zal niet
eerder tot ontzetting besluiten, dan nadat het lid in
gebreke is gesteld en in de gelegenheid is gesteld binnen
veertien dagen alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen.
Bij herhaling zal het besluit tot ontzetting
onherroepelijk zijn.
8.
- Bij ontzetting uit
het lidmaatschap zal het betrokken lid ten
spoedigste (in elk geval binnen een week), nadat
het bestuur tot ontzetting heeft besloten,
schriftelijk van het besluit, met opgave van
redenen, in kennis worden gesteld.
- Binnen een maand
na ontvangst van de kennisgeving van het besluit
tot ontzetting staat voor het betrokken lid
beroep open op de algemene vergadering. Maakt het
lid gebruik van zijn recht op beroep dan is het
bestuur verplicht een algemene vergadering uit te
schrijven, die zal worden gehouden binnen een
maand na ontvangst van het beroepschrift. Wordt
hieraan binnen de gestelde termijn niet voldaan,
dan vervalt de ontzetting.
Gedurende de
beroepstermijn en hangende het beroep is het lid
geschorst. Gedurende de
schorsingstermijn kan het betrokken lid geen van
zijn lidmaatschapsrechten uitoefenen. De
lidmaatschapsverplichtingen van het betrokken lid
blijven tijdens de schorsing onverminderd
bestaan, met uitzondering van die verplichtingen
die rechtstreeks verband houden met de
lidmaatschapsrechten.
9. Wanneer het
lidmaatschap in de loop van een verenigingsjaar eindigt,
blijft desniettemin de jaarlijkse bijdrage voor het
geheel door het lid verschuldigd.
|
|
|
|
| Naar begin |
| |
|
|
|
|
| |
III. Geldmiddelen
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
| Artikel 9 |
De
geldmiddelen worden gevormd door:
- inleggelden;
- contributie;
- huuropbrengsten
voor het in gebruik geven van tuinen;
- subsidies;
- gekweekte rente;
- toevallige baten;
- boetes.
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
| Naar begin |
| |
IV. Jaarlijkse Contributie
en Andere Verplichtingen
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
| Artikel 10 |
1. De
leden en de kandidaatleden zijn verplicht tot het betalen
van een jaarlijkse contributie, zoals die door de
algemene vergadering is vastgesteld. 2. Op grond van sociale
indicatie is het bestuur bevoegd, maar niet verplicht, in
naar haar oordeel noodzakelijke gevallen gehele of
gedeeltelijke ontheffing van de verplichting tot het
betalen van de jaarlijkse contributie te verlenen.
3. Hoogte en karakter
van de jaarlijkse contributie alsmede van de inleggelden,
worden jaarlijks in de algemene vergadering vastgesteld.
4. De leden zijn
jaarlijks verplicht tot het betalen van huur wegens het
gebruik van de hun toegewezen tuin, zoals deze door de
algemene vergadering is vastgesteld.De hoogte van deze
vergoeding kan per tuin verschillen, afhankelijk van de
oppervlakte.
5. De leden zijn
verplicht de hun in gebruik aangewezen tuin goed en
regelmatig te onderhouden.
6. Nieuwe leden zijn
een waarborgsom verschuldigd waarvan de grootte door de
algemene ledenvergadering wordt vastgesteld.
|
|
|
|
| Naar begin |
| |
|
|
|
|
| |
V. Verenigingsjaar
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
| Artikel 11 |
Het
verenigingsjaar tevens boekjaar valt samen met het
kalenderjaar. |
|
|
|
| |
|
|
|
|
| |
VI. Het Bestuur
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
| Artikel 12 |
Benoeming, schorsing, ontslag 1. Het bestuur van de vereniging
wordt door de algemene vergadering uit de leden benoemd.
2. Het bestuur van de
vereniging bestaat uit tenminste drie en ten hoogste
zeven leden.
3. De bestuursleden
worden gekozen voor de tijd van drie jaar.
4. De voorzitter wordt
in functie gekozen; de andere functies worden door het
bestuur onderling verdeeld.
5. Elk bestuurslid
treedt af volgens een door het bestuur op te maken
rooster van aftreden. Het aftredende bestuurslid is
terstond herkiesbaar. Wie in een tussentijdse vacature
wordt benoemd, neemt op het rooster de plaats in van zijn
voorganger.
6. De benoeming van
bestuursleden geschiedt zo mogelijk uit meer kandidaten
dan er vacatures in het bestuur zijn. De benoeming
geschiedt uit een voordracht van het bestuur en/of uit
een voordracht van tenminste drie leden.
7. Een bestuurslid kan,
ook al is hij voor een bepaalde tijd benoemd, altijd door
het bestuur tot de eerstkomende algemene vergadering
worden geschorst indien:
- hij in strijd met
de wet, de statuten, reglementen en/of besluiten
van de vereniging handelt;
- hij de belangen
van de vereniging niet naar behoren behartigt.
In de eerstvolgende
algemene vergadering waarvoor dit nog in de oproep kan
worden vermeld, wordt een voorstel tot ontslag of tot
verlenging van de schorsing van het betrokken bestuurslid
geagendeerd. Deze vergadering dient binnen een maand na
het uitspreken van de schorsing te worden gehouden.
8. Een bestuurslid kan,
ook al is hij voor onbepaalde tijd benoemd, altijd door
de algemene vergadering worden ontslagen of geschorst.
9. Het bestuurslid dat
is ontslagen dan wel geschorst casu quo zijn functie
heeft neergelegd is verplicht de administratieve
bescheiden en verdere eigendommen van de vereniging, die
hij in zijn bezit heeft, binnen veertien dagen over te
dragen aan een door het bestuur aan te wijzen
bestuurslid.
10. Het
bestuurslidmaatschap eindigt met onmiddellijk ingang:
- bij beëindiging
van het verenigingslidmaatschap van het
bestuurslid;
- bij ontslag door
de vereniging;
- bij ontslag op
eigen verzoek;
- bij overlijden van
het bestuurslid.
|
|
|
|
| Naar begin |
| |
|
|
|
|
| Artikel 13 |
Taak en bevoegdheden 1. Het bestuur is belast met het
besturen van de vereniging, behoudens die beperkingen,
die in de statuten worden vermeld.
2. Uit het bestuur
wordt het dagelijks bestuur gevormd, bestaande uit de
voorzitter, secretaris en penningmeester. Aan het
dagelijks bestuur is de dagelijkse leiding van de
vereniging opgedragen.
3. Het bestuur is
bevoegd onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde
onderdelen van zijn taak te doen uitvoeren door
commissies die door het bestuur als zodanig worden
benoemd, onder nadere goedkeuring van de algemene
vergadering. Een omschrijving van de samenstelling en
algemene bevoegdheden van commissies, waaronder ook
begrepen de kascommissie wordt in het huishoudelijk
reglement gegeven.
4. Het bestuur is, mits
met goedkeuring van de algemene vergadering, bevoegd tot
het sluiten van overeenkomsten inzake kopen, verkopen,
verwerven, verhuren, vervreemden, huren of bezwaren van
registergoederen; het sluiten van kredietovereenkomsten
en het sluiten van overeenkomsten waarbij de vereniging
zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt. Op
het ontbreken van deze goedkeuring kan door en tegen
derden geen beroep worden gedaan. In gebruik geven van
volkstuinen van het eigen complex valt buiten het
bepaalde in dit lid.
5. Het bestuur is
bevoegd tot het opleggen van boetes en/of andere
maatregelen, nadat de algemene vergadering het beleid
dienaangaande heeft vastgesteld. Tegen deze boete of
maatregel is beroep mogelijk op de algemene vergadering.
6. De taakstelling van
bestuurders wordt nader geregeld in het huishoudelijk
reglement.
7. Een niet voltallig
bestuur blijft bestuursbevoegd.
|
|
|
|
| Naar begin |
| |
|
|
|
|
| Artikel 14 |
Vertegenwoordiging 1. Het bestuur is bevoegd tot
vertegenwoordiging van de vereniging.
2. De
vertegenwoordigingsbevoegdheid komt mede toe aan twee
gezamenlijk handelende bestuurders, onder wie in elk
geval hetzij de voorzitter, hetzij de secretaris, hetzij
de penningmeester.
3. Het bestuur kan
besluiten tot de verlening van volmacht aan een of meer
van de bestuurders, alsook aan anderen, om de vereniging
binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.
|
|
|
|
| Naar begin |
| |
|
|
|
|
| |
VII. Algemene Vergadering
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
| Artikel 15 |
Algemeen 1. Aan de algemene vergadering
komen alle bevoegdheden toe, die niet door de wet of de
statuten aan andere organen zijn opgedragen.
2. Jaarlijks, uiterlijk
zes maanden na afloop van het verenigingsjaar, wordt een
algemene vergadering (voorjaarsvergadering) gehouden.
In deze algemene
vergadering komen onder meer aan de orde:
- het jaarverslag
van de secretaris over het door het bestuur in
het afgelopen verenigingsjaar gevoerde beleid;
- het jaarverslag
van de penningmeester over het gevoerde
financi‰le beleid onder overlegging van balans
en staat van baten en lasten;
- het verslag van de
kascommissie;
- de benoeming van
de kascommissie voor het volgende
verenigingsjaar.
3. In het najaar wordt
de begroting van het nieuwe verenigingsjaar aan de
algemene vergadering gepresenteerd en verdedigd
(najaarsvergadering).
|
|
|
|
| Naar begin |
| |
|
|
|
|
| Artikel 16 |
Toegang en stemrecht 1. Toegang tot de algemene
vergadering hebben zowel de leden als de kandidaatleden,
leden van verdienste, ereleden, donateurs en andere
genodigden, echter uitgezonderd het in de volgende zin
bepaalde. Geen toegang hebben leden, kandidaatleden,
leden van verdienste, ereleden en donateurs, die
geschorst zijn. Geschorste leden en geschorste
kandidaatleden hebben toegang tot de vergadering tijdens
het agendapunt waarin het besluit tot hun schorsing of
ontzetting wordt behandeld en zijn bevoegd daarover het
woord te voeren.
2. Ieder lid als
bedoeld in artikel 5 lid 1 dat niet geschorst is, heeft
stemrecht en kan een stem uitbrengen.
3. Een lid als bedoeld
in artikel 5 lid 1 dat niet geschorst is, kan zijn stem
door een schriftelijk daartoe gemachtigd ander niet
geschorst lid laten uitbrengen.
Een lid kan slechts
gemachtigde zijn van ‚‚n ander lid.
|
|
|
|
| Naar begin |
| |
|
|
|
|
| Artikel 17 |
Bijeenroeping 1. De algemene vergaderingen
worden bijeengeroepen door het bestuur. De oproeping
geschiedt schriftelijk.
2. De termijn voor
oproeping bedraagt tenminste zeven dagen. Bij oproeping
worden de te behandelen onderwerpen vermeld.
3. Algemene
vergaderingen worden gehouden zo vaak het bestuur dit
wenselijk vindt, met inachtneming van het bepaalde in
artikel 15.
4. Voorts is het
bestuur op schriftelijk met redenen omkleed verzoek van
tenminste een zodanig aantal leden als bevoegd is tot het
uitbrengen van een/tiende gedeelte van de stemmen in een
algemene vergadering, verplicht tot het bijeenroepen van
een algemene vergadering op een termijn van niet langer
dan vier weken na indiening van het verzoek. Indien aan
het verzoek binnen veertien dagen geen gehoor wordt
gegeven, kunnen de verzoekers zelf tot die bijeenroeping
overgaan door oproeping overeenkomstig het gestelde onder
lid 1 van dit artikel. De verzoekers kunnen alsdan
anderen dan bestuursleden belasten met de leiding van de
vergadering en het opstellen van de notulen.
|
|
|
|
| Naar begin |
| |
|
|
|
|
| Artikel 18 |
Voorzitterschap en notulen 1. De algemene vergaderingen
worden geleid door de voorzitter van het bestuur of zijn
plaatsvervanger. Bij afwezigheid van de voorzitter en
zijn plaatsvervanger treedt een van de andere
bestuursleden - door het bestuur aan te wijzen - als
voorzitter op. Wordt ook op deze wijze niet in het
voorzitterschap voorzien, dan voorziet de vergadering
daarin zelf.
2. Van het verhandelde
in elke vergadering worden door de secretaris of door een
ander door het bestuur daartoe aangewezen persoon notulen
gemaakt, die op de eerstvolgende vergadering ter
goedkeuring worden voorgelegd en daarna door de
voorzitter en de secretaris worden ondertekend.
|
|
|
|
| Naar begin |
| |
|
|
|
|
| Artikel 19 |
Besluitvorming 1. Het tijdens de algemene
vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter
omtrent de uitslag van een stemming is beslissend.
Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit,
voor zover werd gestemd over een niet-schriftelijk
vastgelegd voorstel.
2. Wordt echter
onmiddellijk na het uitspreken van het in het eerste lid
bedoelde oordeel de juistheid daarvan betwist, dan vindt
een nieuwe stemming plaats, wanneer de meerderheid van de
vergadering, of indien de oorspronkelijke stemming niet
hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een
stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe
stemming vervallen de rechtsgevolgen van de
oorspronkelijke stemming.
3. Voor zover de
statuten of de wet niet anders bepalen, worden alle
besluiten van de algemene vergadering genomen met
volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn
uitgebracht.
4. Indien bij een
verkiezing van personen niemand de volstrekte meerderheid
heeft verkregen, heeft een tweede stemming plaats.
Heeft alsdan weer
niemand de volstrekte meerderheid verkregen, dan vinden
net zolang herstemmingen plaats, totdat
- ‚‚n persoon de
volstrekte meerderheid heeft verkregen of
- tussen twee
personen is gestemd en de stemmen staken.
Bij gemelde
herstemmingen (waaronder niet is begrepen de tweede
stemming) wordt telkens gestemd tussen de personen, op
wie bij de voorafgaande stemming is gestemd. Op de
persoon, op wie bij die voorafgaande stemming het
geringste aantal stemmen is uitgebracht, kunnen bij de
daarop volgende nieuwe herstemmingen geen stemmen worden
uitgebracht. Is bij die voorafgaande stemming het
geringste aantal stemmen op meer dan ‚‚n persoon
uitgebracht, dan wordt door loting uitgemaakt, op wie van
die personen bij de nieuwe stemming geen stemmen meer
kunnen worden uitgebracht. Ingeval bij een stemming
tussen twee personen de stemmen staken, beslist het lot
wie van beiden is gekozen.
5. Indien de stemmen
staken over een voorstel, dat niet betrekking heeft op de
verkiezing van personen, dan is het voorstel verworpen.
6. Alle stemmingen
geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een
schriftelijke stemming gewenst acht. Over personen wordt
schriftelijk gestemd. Schriftelijke stemming geschiedt
bij ongetekende, gesloten briefjes. Besluitvorming bij
acclamatie is mogelijk, tenzij ‚‚n of meer
stemgerechtigden een hoofdelijke stemming
verlangt/verlangen.
7. Een eenstemmig
besluit van alle leden, ook al zijn deze niet in een
vergadering bijeen, heeft, mits met voorkennis van het
bestuur genomen, dezelfde kracht als een besluit van de
algemene vergadering.
8. Zolang in een
algemene vergadering alle leden aanwezig of
vertegenwoordigd zijn, kunnen geldige besluiten worden
genomen, mits met algemene stemmen, omtrent alle aan de
orde komende onderwerpen - behalve een voorstel tot
statutenwijziging of ontbinding - ook al heeft geen
oproeping plaatsgehad of is deze niet op de
voorgeschreven wijze geschied of is enig ander
voorschrift omtrent het oproepen en houden van
vergaderingen of een daarmee verband houdende formaliteit
niet in acht genomen.
|
|
|
|
| Naar begin |
| |
|
|
|
|
| |
VIII. De Kascommissie
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
| Artikel 20 |
1.
Jaarlijks benoemt de algemene ledenvergadering een
kascommissie welke zal zijn samengesteld uit twee vaste
leden en ‚‚n reservelid, die door en uit de algemene
vergadering worden gekozen en geen lid mogen zijn van het
bestuur. 2. De
kascommissie onderzoekt de balans en de staat van baten
en lasten met de toelichting en brengt aan de algemene
vergadering verslag uit van haar bevindingen. Het bestuur
is verplicht de kascommissie alle door haar gevraagde
informatie te verschaffen, haar desgewenst de kas en de
waarden te tonen en inzage van de boeken en bescheiden
van de vereniging te geven.
3. Het lidmaatschap van
de kascommissie eindigt:
- door opzegging van
zijn verenigingslidmaatschap;
- door opzegging
door het lid;
- door ontslag door
de algemene vergadering;
- door benoeming in
het bestuur;
- door ontzetting;
- door overlijden
van het lid;
4. Bij beëindiging van
het lidmaatschap neemt het reservelid zijn plaats in. De
kascommissie blijft alsdan volledig bevoegd.
5. Nadere regelingen
betreffende het functioneren van de kascommissie worden
omschreven in het huishoudelijk reglement.
|
|
|
|
| Naar begin |
| |
|
|
|
|
| |
IX. Statutenwijziging
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
| Artikel 21 |
In de
statuten van de vereniging kan geen verandering worden
aangebracht dan na een besluit van een algemene
vergadering, waartoe is opgeroepen met de mededeling dat
aldaar wijziging van de statuten zal worden voorgesteld. 2. Zij die de oproeping tot de
algemene vergadering ter behandeling van een voorstel tot
statutenwijziging hebben gedaan, moeten tenminste zeven
dagen voor de vergadering een afschrift van dat voorstel,
waarin de voorgestelde wijziging woordelijk is opgenomen,
op een daartoe geschikte plaats voor de leden ter inzage
leggen tot na de afloop van de dag, waarop de vergadering
werd gehouden. Bovendien wordt een afschrift als hiervoor
bedoeld, aan alle leden toegezonden.
3. Een besluit tot
statutenwijziging behoeft tenminste twee/derde van de
uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin tenminste
een/derde van de leden tegenwoordig of vertegenwoordigd
is. Is niet een/derde van de leden tegenwoordig of
vertegenwoordigd, dan wordt een tweede vergadering bijeen
geroepen, te houden tenminste vijftien dagen doch
uiterlijk vier weken na de vorige vergadering, waarin
over het voorstel zoals dat in de vorige vergadering aan
de orde is geweest, ongeacht het aantal tegenwoordige of
vertegenwoordigde leden, kan worden besloten, mits met
een meerderheid van tenminste twee/derde van de
uitgebrachte stemmen.
4. Een
statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat
hiervan een notari‰le akte is opgemaakt. Voor het
compareren bij het verlijden van de desbetreffende akte
is ieder bestuurslid bevoegd.
|
|
|
|
| Naar begin |
| |
|
|
|
| |
X. Ontbinding
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
| Artikel 22 |
1. De
vereniging wordt ontbonden door een besluit van de
algemene vergadering met een meerderheid van tenminste
twee/derde van de geldig uitgebrachte stemmen, na
faillietverklaring door hetzij opheffing van het
faillissement wegens de toestand van de boedel hetzij
door insolventie, door het geheel ontbreken van leden of
door de rechter in de gevallen die de wet bepaalt. Het
bepaalde in de leden 1, 2 en 3 van artikel 21 is van
overeenkomstige toepassing. 2. Tenzij de algemene
vergadering bij het in het vorige lid bedoelde besluit
een andere bestemming vaststelt voor het batig saldo,
komt dit toe aan hen die ten tijde van de ontbinding lid
van de vereniging waren. Bij het besluit tot ontbinding
kan echter ook een andere bestemming aan het batig saldo
worden gegeven.
3. Het archief van de
vereniging zal alsdan aan een door de algemene
vergadering aan te wijzen natuurlijke- of rechtspersoon
ter bewaring worden aangeboden.
4. Tenzij de algemene
vergadering anders besluit, geschiedt de vereffening door
het bestuur.
5. Na de ontbinding
blijft de vereniging voortbestaan voor zover dit tot
vereffening van haar vermogen nodig is.
6. Gedurende de
vereffening blijven de bepalingen van de statuten voor
zoveel mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen
die van de vereniging uitgaan, moeten aan haar naam
worden toegevoegd de woorden "in liquidatie".
7. De boeken en
bescheiden van de vereniging moeten worden bewaard
gedurende tien jaren na afloop van de vereffening.
|
|
|
|
| Naar begin |
| |
|
|
|
|
| |
XI. Huishoudelijk Reglement
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
| Artikel 23 |
1. De
algemene vergadering kan een of meer reglementen
vaststellen, waarin onderwerpen worden geregeld waarin
door deze statuten niet of niet volledig wordt voorzien. 2. Een reglement mag geen
bepalingen bevatten, die strijdig zijn met de wet of met
deze statuten.
3. Op de besluiten tot
vaststelling en tot wijziging van een reglement is het
bepaalde in artikel 21 leden 1, 2 en 3 van
overeenkomstige toepassing.
|
|
|
|
| Naar begin |
| |
|
|
|
|
| |
XII. Slotbepalingen
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
| Artikel 24 |
1. In
bestuurs-, commissie- of algemene vergaderingen kunnen
geen besluiten worden genomen of stemmingen worden
gehouden over punten die niet in de agenda der
vergadering zijn vermeld, zulks met uitzondering van het
bepaalde in artikel 19 lid 8. 2. Beslissingen in alle zaken
waarbij de wet, statuten of huishoudelijk reglement niet
is voorzien, berusten, behoudens de verantwoording aan de
algemene vergadering bij het bestuur.
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
| Naar begin |
|