|
|
Composteren
De kunst van het
composteren
Hoeveel
tomaten heb je nodig om één kilo tomaten te
produceren? Nou: één kilo.
Huh?
Toch
is dit de samenvatting van de kringloop van het leven. Als de
tomaten vergaan, zal het water weer zee, en daarna regen, en
daarna weer plant worden. De koolstof wordt kooldioxide en
verwaaid met de wind, maar een andere plant zal dit weer opnemen
en er weer stengels, bladeren en, wie weet, weer tomaten van
maken. En ook de mineralen eruit zullen weer worden opgenomen door
nieuwe planten.
Dit is eigenlijk wat we doen als we compost
maken: we laten plantmateriaal vergaan, zodat de mineralen weer
beschikbaar komen voor nieuwe planten. En het levert ook nog een
mooi rul grondje op!
Hoe maak je compost? De meeste
mensen hebben een compostvat, en dat is ook het handigste. Maar je
kunt je materiaal ook gewoon op een hoop zetten. En daarin of
daarop gooi je dus plantenresten, etensresten, bladeren enz. Zo
simpel. Het materiaal zal langzaamaan vergaan, en onderin ontstaat
een donker gekleurd spul: de compost. In de zomer vergaat het
snel, in de winter gebeurt er weinig. Maar in het voorjaar, als je
wilt gaan zaaien en mesten, dan maak je het luikje van je
compostvat open, en hoef je het zwarte goud allen maar op te
scheppen.
Mag alles op de composthoop? Nee. Het
compostvat is geen vuilnisvat. Papier, plastic, aardappelmesjes
horen elders. As van open haard of barbeque: van schoon, niet
geïmpregneerd hout kan waarschijnlijk wel, maar liever niet.
Maar schillen van geïmpregneerde sinasappelen schimmelen soms
al in de winkel, dus zo sterk kan dat spul niet zijn. Die doe ik
dus wel in de compost. Een apart verhaal is ziekte. Ook
ogenschijnlijk gezonde planten kunnen ziektekiemen bij zich
dragen. En via de compost zou je die verspreiden naar je nieuwe
teelten. Dus ook voor de compost moet je wisselteelt doen! Nu
hoeven niet alle teelten compost: eigenlijk alleen de
bladgewassen. Dus als je het afval van bladgewassen apart houd,
dan kun je met het overige je sla, kolen ed mesten. De wortels van
koolplanten moet je hoe dan ook ver weg stoppen, wegens het gevaar
van knolvoet. Ook het loof van aadappelen en tomaten is vaak
besmet, met phytophtora. Dus ook dit, net als de koolstronken,
apart verwerken, bv in de siertuin. Of in de groene bak van de
gemeente.
En hout?
We bedoelen
natuurlijk takken, snoeiafval ed. geverft of geïnpregneerd
hout gaan we niet composteren. Hout geeft twee problemen: omdat
het langzaam vergaat, zit je compost vol met takjes. Dat verwerkt
lastig. Verwerk takken daarom tot een takkenril, zie aldaar.
Het tweede probleem
is, dat compost een beetje de gemiddelde samenstelling van levend
materiaal moet hebben. En hout bevat heel weinig eiwit, ofwel
stikstof. Dat geldt ook voor stro, dode stengels ed. Dus meng dit
materiaal bv. met vers groen blad. Mengen is hoe dan ook een goed
idee: dikke pakketten gemaaid gras of bladeren koeken op elkaar en
vergaan dan nog maar heel moeilijk. Om te vergaan is lucht nodig,
en door af en toe te roeren, kan dat ook makkelijker erbij.
Onkruidzaden.
In theorie wordt de
composthoop zo warm, dat ziektekiemen en onkruidzaden dood gaan.
In de praktijk dus niet. Mesten met een laagje compost komt dus
vaak neer op zaaien van onkruid. Oplossingen daarvoor zijn: het
zaaibed alvast klaarmaken en een paar weken laten liggen, en
vervolgens het onkruid verwijderen, of op rijtjes zaaien en met
de hak er tussen door.
Op 20 april 2009 heeft Henk Verhoog een lezing gehouden over composteren. Lees hier de samenvatting.
Tekst: Adri.
|